Nieuwsbrief nummer 14

Met deze nieuwsbrief willen we alle betrokkenen in het kort informeren over actuele ontwikkelingen met betrekking tot Passend Onderwijs.

1. Inleiding

Deze nieuwsbrief biedt belangrijke informatie, zodat wij u verzoeken deze informatie te communiceren met de ouders/verzorgers van de leerlingen op uw school/scholen. Deze nieuwsbrief is ook te vinden op de website van het samenwerkingsverband (www.passendonderwijszoetermeer.nl)

2. Passend Onderwijs–een groeiproces

Op 1 augustus 2014 is Passend Onderwijs formeel ingevoerd. Met de invoering was nog lang niet alles wat daarbij komt kijken – tot in detail – geregeld. Wettelijk en in het ondersteuningsplan lagen hoofdzaken vast, maar daarmee was voor de praktijk de kous niet af. Passend Onderwijs moet groeien in de praktijk en daar horen ‘groeistuipen’ bij, hoe vervelend die soms ook kunnen zijn.

3. De monitoring

Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband heeft – in samenwerking met Marieke van Bekhoven van het TLV-secretariaat – een beperkt, overzichtelijk monitorsysteem ontwikkeld. Op dit overzicht is in 1 oogopslag onder meer te zien hoeveel toelaatbaarheidsverklaringen (TLV’s) en onderwijsondersteunings- arrangementen (OOAs) zijn afgegeven, op welk moment en wat de toeleverende en ontvangende scholen zijn. In het kader van de kwaliteitsbewaking vervult deze monitor een belangrijke rol.

De meeste gegevens voor deze monitor worden verzameld uit de TLV- en OOA- aanvragen. In een aantal gevallen kan door het TLV-secretariaat uit de aangeleverde gegevens niet halen naar welke school de leerling wordt verwezen.

4. Het besluitvormende IHI-overleg

De IHI-procedure vormt de kern van het ondersteuningssysteem op alle scholen binnen het samenwerkingsverband. De 3-hoek ‘leerkracht-leerling-ouder’ staat centraal en wordt uitgebreid met deskundigen naarmate de ontwikkeling van de betreffende leerling daarom vraagt. Het staat allemaal beschreven in de IHI- procedure, die ook op de website van het swv is te vinden (www.passendonderwijszoetermeer.nl) Het is van groot belang, dat allen die betrokken zijn bij de ondersteuning van leerlingen goed op de hoogte zijn van deze procedure.

De IHI-procedure kan na een zorgvuldig voortraject uitmonden in een besluitvormend IHI-overleg. In aanwezigheid van meerdere betrokkenen, inclusief 2 onafhankelijke deskundigen, worden minimaal de volgende vragen beantwoord c.q. bevestigd:

  1. Wat zijn de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de betreffende leerling?
  2. Indien de huidige school daaraan in onvoldoende mate kan voldoen, welke

    onderwijsvorm in Zoetermeer kan dat aanbod wel bieden?

  3. Indien in Zoetermeer geen onderwijsvorm voorhanden is, waar een passend

    aanbod kan worden geboden, welke onderwijsvorm buiten Zoetermeer komt dan in aanmerking?

Toelichting:

Bij 2 Waar het het SBO betreft, gaat het om de onderwijsvorm en niet de school. Dat laatste is aan de ouders/verzorgers om een keus te maken. Aangezien de SBO- scholen wel van elkaar verschillen, kan het IHI-overleg wel een van de SBO-scholen adviseren.

Voor wat betreft cluster 3 of cluster 4 hebben de ouders/verzorgers in Zoetermeer geen keuze en komt de IHI-beslissing feitelijk neer op een schoolkeuze (De Keerkring voor cluster 3 en De Parachute voor cluster 4).
Bij 3 Het kan zijn, dat het IHI-overleg besluit een TLV af te geven voor cluster 3 of cluster 4, maar dat de betreffende school in Zoetermeer – vanwege de complexe/specifieke problematiek bij de leerling – toch geen passend aanbod kan bieden. In dat geval is de leerling aangewezen op een onderwijsvoorziening buiten Zoetermeer en kunnen de ouders/verzorgers bij de gemeente een beroep doen op leerlingenvervoer. In de besluitvorming van het IHI-overleg moet het voorgaande goed worden beargumenteerd en vastgelegd.

5. De TLV-procedure

Het besluitvormende IHI-overleg is beslissend voor de afgifte van een TLV. Het is van groot belang, dat dit besluit op goede gronden wordt genomen en in aanwezigheid van de juiste personen. De datum, waarop in het IHI-overleg is beslist, geldt als datum van afgifte van de TLV. De verwijzende school draagt er vervolgens zorg voor, dat de gegevens naar het TLV-secretariaat worden gestuurd voor het opstellen van de TLV en de ondertekening ervan namens het dagelijks bestuur. Daarbij moet worden bedacht, dat niet het hele dossier moet worden gestuurd. Voor de uit te voeren kwaliteitstoets zijn alleen het groeidocument, de gegevens uit het leerlingvolgsysteem en een eventueel ontwikkelingsperspectief noodzakelijk.

6. Het TLV-secretariaat

Het TLV-secretariaat stuurt – na ontvangt van de berichtgeving uit het besluitvormende IHI-overleg – de ingevulde en namens het dagelijks bestuur ondertekende TLV naar de aanvragende school. De school informeert de ouders/verzorgers van de betreffende leerling.

7. Leerlingenvervoer

Tussen het SWV en de afdeling leerlingenvervoer van de gemeente Zoetermeer zijn afstemmingsafspraken gemaakt. De ouders/verzorgers vragen desgewenst bij de gemeente leerlingenvervoer aan.
Wanneer het hierbij gaat om vervoer naar een school buiten Zoetermeer en bij de TLV is een verklaring afgegeven, dat er in Zoetermeer geen passend aanbod beschikbaar is, dan kan de aanvraag snel worden afgehandeld.

8. Vroege inschakeling van SBO en SO via de ambulant begeleiders

Het is belangrijk, dat het SBO en het SO via de ambulant begeleiders in een vroeg stadium worden betrokken bij IHI-trajecten. Alleen op die wijze is het mogelijk met behulp van de expertise uit het SBO en het SO de betreffende leerling binnen de basisschool effectief te ondersteunen. Wanneer het SBO en het SO pas op het moment worden ingeschakeld, waarop reeds duidelijk is dat handhaving op de basisschool niet meer mogelijk is, dan is dat ‘het paard achter de wagen spannen’.

 

9. De ‘overbruggingsperiode’ tussen beide scholen

Het kan zijn, dat er na het besluitvormende IHI-overleg sprake is van een TLV voor het SBO of SO, maar dat om zwaarwegende redenen plaatsing in het SBO of SO op korte termijn toch niet mogelijk is. Er is dan sprake van een ‘ overbruggingsperiode’, waarvoor een oplossing gezocht moet worden. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het besluitvormende IHI-overleg (inclusief een vertegenwoordiging van de betreffende SBO- of SO-school) om te formuleren wat er gedurende de overbruggingsperiode nodig om de situatie voor de betreffende leerling zo ‘ passend mogelijk’ te doen zijn. Indien daarvoor een kortdurende OOA gewenst is, kan hiervoor via de geldende OOA-procedure een aanvraag worden gedaan.

10. De inschakeling van de voorschoolse voorzieningen en de JGZ

Hetgeen hiervoor is gezegd ten aanzien van een vroege inschakeling van de ambulant begeleiders van het SBO en het SO bij een IHI-traject, geldt ook voor de voorschoolse voorzieningen en de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Informatie over de eerste levensjaren van een leerling kan ertoe bijdragen, dat voor de ondersteuning de mest effectieve aanpak wordt gekozen.

11. De inzet van het sociaal-maatschappelijk trio op de scholen

Sinds januari 2015 functioneert er op elke school een schoolmaatschappelijk trio (de schoolmaatschappelijk werkster, een ambulant begeleider van Jeugdformaat en een consulent Jeugd-&Gezinshulp). Het is in deze aanloopperiode van groot belang om elkaar goed te leren kennen en een heldere taakverdeling af te spreken. In juni a.s. zal een eerste tussentijdse evaluatie plaatsvinden.

12. De inzet van uren van OnderwijsAdvies bij IHI

Soms is er in een IHI-traject behoefte aan extra ondersteuning of een 2e neutrale deskundige. Voor die situaties zijn er bij OnderwijsAdvies extra uren beschikbaar, onderdeel van de zogenaamde ‘Lokale prioriteiten onderwijsbegeleiding’.

Wanneer een IB’er meent, dat een dergelijke situatie aan de orde is, kan contact worden opgenomen met de Passend Onderwijs – coördinatoren Tilly Lansbergen of Jan de Niet.

13. Thuiszitters

In het kader van Passend Onderwijs is het swv verantwoordelijk voor de zogenaamde ‘thuiszitters’. Het swv heeft de wettelijke opdracht om er – in samenwerking met alle betrokkenen – zorg voor te dragen, dat thuiszittende leerlingen zo snel mogelijk weer aan het onderwijsproces deelnemen. Daarvoor is het van belang, dat het swv op de hoogte wordt gesteld van ‘thuiszittende leerlingen’.

Indien er op een school sprake is van een ‘ thuiszittende leerling’ dient in de eerste plaats het eigen bestuur hiervan op de hoogte te zijn, aangezien dit bestuur ter zake de eerste verantwoordelijkheid draagt. In de tweede plaats dient het swv op de hoogte te worden gesteld. Aangezien het toezicht op de ‘thuiszitters’ onderdeel is van de monitor van het swv, dient de naam van de ‘thuiszittende leerling’ door de school per mail te worden doorgegeven aan het TLV-secretariaat. Het dagelijks bestuur van het SWV zal in het kader van de monitoring en de kwaliteitsbewaking – in samenwerking met de betreffende besturen – alles in het werk stellen om de betreffende leerlingen zo spoedig mogelijk weer aan het onderwijsproces deel te laten nemen.

14. Geldigheidsduur TLV en verlenging

Een TLV wordt meestal afgegeven voor een beperkte periode. Veelal is dit 1 schooljaar, met een maximum van twee jaren. Wettelijk is de termijn tenminste het lopende en het daaropvolgende schooljaar. De meeste leerlingen in het SBO hebben bij de overgang naar Passend Onderwijs een TLV gekregen tot augustus 2016.

Voor alle TLV’s geldt, dat voor afloop daarvan een heronderzoek moet plaatsvinden met het oog op eventuele verlenging. Voor deze eventuele verlenging geldt de normale procedure; dat betekent dus, dat in een IHI-overleg (met ook 2 ‘neutrale’ deskundigen) moet worden vastgesteld of verlenging noodzakelijk is. Vervolgens moet het TLV-secretariaat worden geïnformeerd voor het afgeven van de TLV en de kwaliteitstoets.

Voor leerlingen, zoals langdurig zieke leerlingen, bij wie het duidelijk is dat zij hun gehele schoolloopbaan in het speciaal onderwijs zullen worden begeleid, kan een TLV worden afgegeven voor de gehele periode in het SO. Eerst bij de overstap naar het VSO zal voor hen een nieuwe TLV moeten worden aangevraagd.

15. Het leerlingendossier

Op school wordt er voor elke leerling een leerlingendossier bijgehouden. Bij de aanvraag van een TLV ontvangt het TLV-secretariaat soms het complete dossier van een leerling. Dat is – zoals hiervoor bij onder 3 reeds is genoemd – niet de bedoeling! Het materiaal, dat bij het TLV-secretariaat wordt aangeleverd, ontvangt de school die de aanvraag heeft ingediend, na afhandeling van de kwaliteitstoets terug.

16. De OOA-procedure, ook voor ‘rugzakken’

Met ingang van het komende schooljaar bestaan er geen ‘rugzakken’ meer. Alle aanvullende voorzieningen moeten voor 2015-2016 worden aangevraagd als ‘Onderwijsondersteuningsarrangement (OOA)’.
Ook voor een OOA is een IHI-besluit noodzakelijk. De aanvraag moet gebaseerd zijn op de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van de leerling en mag niet gebaseerd zijn op de ‘omvang van de automatische toekenning van de ‘ oude’ rugzakmiddelen. Waar personele voorzieningen in de aanvraag worden opgenomen en wordt gekozen voor de inzet van externe deskundigheid, dient dit nadrukkelijk te worden beargumenteerd.

De eventuele inzet van intern personeel (al of niet door middel van uitbreiding van formatie) heeft verreweg de voorkeur. Voorkom daarbij wel (langdurige) verplichtingen. Het SWV neemt die niet voor haar rekening. Voor wat betreft het totaal aan te vragen budget in een OOA dient er rekening mee te worden gehouden, dat dit beduidend binnen de kosten blijft, die nodig zijn als de betreffende leerling in het SBO of SO geplaatst zou moeten worden.

De OOA-aanvraagprocedure is vereenvoudigd. Voor de scholen binnen het OPOZ + Passe Partout is het positieve advies van Tilly Lansbergen noodzakelijk. Voor de Unicoz-scholen + de Vrije School en de Schanskorf is het positieve advies van Jan de Niet noodzakelijk. Dit positieve advies maakt het IHI-besluit doorslaggevend. Het besluit wordt door Tilly Lansbergen of Jan de Niet gestuurd naar het dagelijks bestuur ter afhandeling. Het dagelijks bestuur informeert de aanvragende school schriftelijk. Dit geldt zowel als de aanvraag is goedgekeurd als dat het is afgewezen.

Bij een negatief resultaat van de kwaliteitstoets door het dagelijks bestuur komt de aanleverende school ‘onder curatele’ te staan en is een volgende aanvraag voorbehouden aan de goedkeuring vooraf van het dagelijks bestuur. Het is derhalve zaak om bij de aanvraag van een OOA uiterst zorgvuldig te werk te gaan.

Het dagelijks bestuur zal het beslag op het beschikbare budget nauwgezet volgen en ingrijpen wanneer dat nodig is.
In de OOA-aanvraag hoeft geen ambulante begeleiding te worden aangevraagd. Indien de school behoefte heeft aan ambulante begeleiding vanuit het SO dan is het wenselijk om dit rechtstreeks met de betreffende ambulant begeleider te bespreken. We adviseren om tijdig met de aanvraag van een OOA te starten, zodat de school ook tijdig weet over welke aanvullende voorzieningen het in 2015-2016 kan beschikken.

17. Onderwijsondersteuningsarrangementen (OOA) vanuit cluster 1 en 2

Ondersteuning vanuit cluster 1 en 2 in het speciaal onderwijs moet voor het komende schooljaar rechtstreeks bij de betreffende school in dat cluster worden aangevraagd, zoals dat ook voor het huidige schooljaar het geval was.

18. De (preventieve) ambulante begeleiding

Er functioneert (preventieve) ambulante begeleiding vanuit het SBO en het SO. Er hebben al meerdere besprekingen plaatsgevonden om de onderlinge afstemming van alle beschikbare (preventieve) ambulante begeleiding beter te stroomlijnen dan tot nu toe. Op dat punt zijn al belangrijke vorderingen gemaakt.

19. Op weg naar samenwerking per wijk

Er wordt bij de ondersteuning van het onderwijs steeds meer gestreefd naar wijksgewijze samenwerking. Bij het schoolmaatschappelijk werk is dat inmiddels gerealiseerd en ook voor de (preventieve) ambulante begeleiding is alles daarop gericht. Stap voor stap gaan we de goede kant op.

20. De plaatsing van vluchtelingenkinderen

Eind 2014 kondigde de gemeente aan, dat er in 2015 een aanzienlijk aantal vluchtelingen uit Syrië in Zoetermeer gehuisvest zou gaan worden. Met het onderwijs en de kinderopvang heeft vervolgens overleg plaatsgevonden over de opvang van de kinderen, die meekomen. Daarbij kwam ook de financiering aan de orde. De volgende afspraken zijn gemaakt:

  1. In principe worden de kinderen in de basisschoolleeftijd opgevangen in taalklassen om na enige tijd, wanneer zij voldoende basiskennis hebben opgedaan van de Nederlandse taal, over te stappen naar een school in de buurt waar zij wonen. De taalklas is dus nadrukkelijk een tijdelijke opvang.
  2. Op de Meerpaal bestaat al langere tijd een taalklas; voor zover daarin ruimte is, kunnen vluchtelingenkinderen worden geplaatst.
  3. De eerste nieuwe taalklas start op de Regenboog in Meerzicht. Aansluitend daarop komt er op de Meerpaal ruimte voor een 2e taalklas.
  4. De gemeente heeft voor deze taalklassen financiën vrijgemaakt.
  5. Het is niet de bedoeling, dat vluchtelingenkinderen uit naburige plaatsen in Zoetermeer in de taalklassen worden opgevangen.
  6. Wanneer vluchtelingen naar Zoetermeer komen, worden zij in eerste instantie opgevangen door vluchtelingenwerk.
  7. Vluchtelingenwerk neemt contact op met Piezo; Marieke van Bijnen, beleidsmedewerker van deze organisatie, zal vervolgens het initiatief nemen tot een IHI-overleg, waarin (in Meerpuntverband) meerdere instanties zullen participeren, waaronder het onderwijs. Vanuit dit overleg zullen in het kader van 1 gezin – 1 plan nadere afspraken worden gemaakt.

21. De financiële positie van het samenwerkingsverband

In het najaar van 2014 had het SWV onverwacht te maken met een minder fraai negatief financieel vooruitzicht. Inmiddels is de lucht behoorlijk geklaard en ziet de toekomst er weer redelijk positief uit. Dat betekent bijvoorbeeld, dat er voor het komende schooljaar voor de interne ondersteuningsstructuur op de basisscholen niet veel minder budget naar de besturen zal worden overgemaakt dan in het huidige schooljaar: 71 euro i.p.v. 80 euro per leerling. In 2016-2017 gaat dit naar 77 euro en het daaropvolgende jaar terug naar het huidige niveau. Uiteraard onder voorbehoud. De genoemde bedragen zijn de bedragen, die naar de besturen gaan. Het is aan de afzonderlijke besturen om te bepalen welk bedrag zij aan de scholen ter beschikking stellen voor de ondersteuningsstructuur. Het SWV zou graag zien, dat de besturen (al of niet met inzet van ontvangen ‘reservemiddelen WSNS’) de middelen voor de scholen op het huidige niveau handhaven. Wanneer de meerjarenbegroting – wegens onverwachte ontwikkelingen – zal moeten worden bijgesteld, kunnen deze bedragen worden gewijzigd.

22. De medezeggenschap op 3 niveaus

In de vergadering van de OPR (ondersteuningsplan raad) van april is gesproken over actuele ontwikkelingen binnen het swv, maar ook over de bijzondere positie van de OPR.

Op schoolniveau spreekt de directie namens het bestuur van de school met de medezeggenschapsraad over de ondersteuningsstructuur op de school. Ook het schoolondersteuningsprofiel is onderwerp van bespreking in de medezeggenschapsraad.

Op bestuursniveau spreekt het bestuur (wanneer er sprake is van meer dan 1 school) met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) over het beleid van het bestuur op organisatieniveau (de kaders, waarbinnen de scholen hun ondersteuningsstructuur uitvoeren). De GMR spreekt daarbij niet over afzonderlijke scholen, maar over de gemeenschappelijke aspecten in het bestuursbeleid.

Op het niveau van het samenwerkingsverband spreekt het dagelijks bestuur met de OPR over de bestuursoverstijgende ondersteuningsstructuur, dat wil zeggen over de kaders zoals die in het ondersteuningsplan zijn vastgelegd. De OPR spreekt daarbij niet over de gang van zaken binnen de afzonderlijke besturen of scholen, maar beperkt zich tot die zaken die op het niveau van het samenwerkingsverband aan de orde zijn.

Het is van belang om gaandeweg steeds duidelijker te krijgen wat op welk medezeggenschapsniveau thuishoort; uiteindelijk moet het als een samenhangend systeem gaan functioneren.

23. De beschikbaarheid van AWBZ-gelden

Tot voor kort konden de scholen voor speciaal onderwijs voor de bijzondere ondersteuning van leerlingen een beroep doen op zogenaamde AWBZ-gelden. Met de invoering van Passend Onderwijs gingen die gelden naar het swv. Het beschikbare budget is in de afgelopen periode toegekend aan de betreffende scholen. Daarbij is dit budget overigens beperkt overschreden. In het kader van de landelijke decentralisatie van de zorg zijn de gelden inmiddels toegevoegd aan het gemeentelijke AWBZ-budget. Dit betekent tegelijkertijd dat aanvragen met betrekking tot dit budget voor 2015-2016 aan de gemeente moeten worden gericht.

24. Het overleg met de inspectie

Op 18 mei a.s. vindt het eerste kwaliteitsonderzoek van het SWV plaats door de onderwijsinspectie. Hiervoor wordt een hele dag uitgetrokken en spreekt de inspectie met diverse betrokkenen bij het SWV een aantal centrale thema’s. Tijdens een tussentijds overleg met de inspectie in januari jl. hebben we de inspectie er al van kunnen overtuigen, dat we op de goede weg zijn. We hopen op 18 mei a.s. daarop voort te bouwen.

25. De situatie op de Parachute

De onderwijssituatie op SO-cluster-4 school De Parachute in Zoetermeer zit duidelijk in de lift. Na de verontrustende berichtgeving in het najaar van 2014 is het bestuur van de school krachtdadig aan de slag gegaan om de situatie te verbeteren. Het schoolteam heeft de nodige wijzigingen ondergaan, er zijn externe adviseurs ingezet en er is een plan van aanpak ter verbetering geschreven. De ouders van de leerlingen op de Parachute hebben in overgrote meerderheid hun vertrouwen uitgesproken in het plan van aanpak. De inspectie houdt nadrukkelijk de vinger aan de pols en steunt de school bij de nieuwe aanpak. Ook het dagelijks bestuur van het swv is nauw betrokken bij het verbetertraject.

26. De website

De website van het SWV is inmiddels alweer een jaar in de lucht. Het dagelijks bestuur probeert de informatie op de site zo actueel mogelijk te houden. We ontvangen hiervoor echter helaas (te) weinig respons vanuit het onderwijsveld. Daarom nogmaals onze oproep: verleen uw medewerking aan het realiseren van een goed functionerende, informatieve website van het SWV en geef uw opmerkingen en wensen via de mail aan ons door!

27. Het emailadres van het samenwerkingsverband

Het emailadres is: info@passendonderwijszoetermeer.nl

28. Het vergaderschema 2014-2015

2015-05-03 17:00:21

Voor vragen, opmerkingen en nadere informatie n.a.v. deze nieuwsbrief kunt u terecht bij uw eigen bestuur, het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband (www.passendonderwijszoetermeer.nl) of bij Jan de Niet, coördinator Passend Onderwijs binnen Unicoz (jdeniet@unicoz.nl) of Tilly Lansbergen, coördinator Passend Onderwijs binnen OPOZ (t.lansbergen@onderwijsadvies.nl)