Bestuur en management

De bestuurlijke en organisatorische inrichting van het samenwerkingsverband

organigram

De statuten

De statuten van het samenwerkingsverband zijn op 27 mei 2013 bij de notaris gepasseerd.

De bestuurlijke inrichting

De bestuurlijke inrichting staat uitgebreid beschreven in de statuten. Enkele hoofdlijnen daarbij zijn:

  1. Elk individueel bestuur is verantwoordelijk voor de ondersteuning binnen de eigen organisatie, waarbij desgewenst een beroep op het samenwerkingsverband kan worden gedaan voor extra ondersteuning.
  2. Hetsamenwerkingsverbandkentdestichtingsvorm.
  3. Het stichtingsbestuur bestaat uit een dagelijks bestuur en een algemeen, toezichthoudend bestuur.
  4. Het dagelijks bestuur bestaat uit 3 personen: een vertegenwoordiger vanuit het College van Bestuur van de UNICOZ, een vertegenwoordiger vanuit het College van Bestuur van het OPOZ en een vertegenwoordiger vanuit het bestuur van een van de andere deelnemende organisaties.
  5. Het stichtingsbestuur stelt 3 kwaliteitszetels met adviserende stem ter beschikking aan respectievelijk: Kentalis, het samenwerkingsverband passend onderwijs Zoetermeer VO en de gemeente Zoetermeer.
  6. Er wordt – indien zich daartoe de behoefte aandient – een bestuursreglement en een bestuursstatuut ontwikkeld en vastgesteld.

De coördinatie

  1. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de coördinatie en uitvoering van de gemeenschappelijke activiteiten.
  2. De deelnemende besturen wijzen voor de uitvoering van passend onderwijs binnen hun eigen organisaties elk een medewerker met coördinerende taken aan ten laste van eigen bestuurlijke middelen c.q. middelen die – naar rato van het leerlingenaantal – door het samenwerkingsverband aan de afzonderlijke besturen ter beschikking worden gesteld ter verhoging van de kwaliteit van Passend Onderwijs. Bij de aanwijzing van de betreffende medewerkers vormt een scheiding van bestuurlijke en coördinerende taken het uitgangspunt.Er functioneert een coördinatorenoverleg, dat bestaat uit de hiervoor bedoelde medewerkers met coördinerende taken m.b.t. passend onderwijs. Ook de coördinator passend onderwijs van het samenwerkingsverband VO, de coördinator van Meerpunt en coördinatoren van andere ondersteunings- en/of zorginstellingen kunnen op uitnodiging in het coördinatorenoverleg participeren.De verbinding van het coördinatorenoverleg met het bestuur van het SWV is de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur.Het coördinatorenoverleg houdt zich met name bezig met ondersteuningsaspecten op het gebied van de ondersteuningsstructuur en de afstemming tussen de verschillende werkterreinen (BAO, SBO, SO, VO, VSO, Meerpunt) en adviseert desgewenst gevraagd en ongevraagd het dagelijks bestuur vanuit het gezichtspunt van de coördinatoren.
  3. Er functioneert een breed samengestelde, praktijkgerichte klankbordgroep, waarin directieleden, intern begeleiders en leerkrachten zitting hebben vanuit het BAO, SBO en SO. Het dagelijks bestuur vervult een sturende rol richting de klankbordgroep.
    De klankbordgroep adviseert het dagelijks bestuur m.b.t. de stroomlijning van passend onderwijs in de praktijk.

De organisatorische inrichting

  1. Op het niveau van het samenwerkingsverband is secretariële ondersteuning noodzakelijk. Deze ondersteuning wordt geleverd via het OPOZ- en/of Unicoz bestuurskantoor
  2. De financiële (beleidsmatige) ondersteuning is ondergebracht bij het UNICOZ- bestuurskantoor.
  3. De OSG te Leiden functioneert als administratiekantoor voor met name uitvoerende financiële werkzaamheden.

De ondersteuningsplanraad (OPR)

Er functioneert een ondersteuningsplanraad overeenkomstig de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS). Ten behoeve van het functioneren van dit medezeggenschaps- orgaan voor het samenwerkingsverband zijn door het dagelijks bestuur een reglement en een statuut vastgesteld. Enkele hoofdlijnen zijn:

  1. Een meerderheid van de leden is afkomstig uit het regulier basisonderwijs overeenkomstig de samenstelling van het stichtingsbestuur.
  2. De OPR adviseert het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband m.b.t. het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. Daarbij heeft de OPR conform de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS) instemmingsrecht. Het dagelijks bestuur overlegt als vertegenwoordigend orgaan van het stichtingsbestuur van het samenwerkingsverband met de OPR.
  3. Beide geledingen van de OPR stellen in gezamenlijk overleg hun reactie m.b.t. het ondersteuningsplan vast.

Het op overeenstemming gericht overleg met de gemeente (OOGO)

De wetgever heeft bepaald dat het samenwerkingsverband over het ondersteuningsplan op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de gemeente moet voeren. De landelijk door de VNG ontwikkelde modelregeling voor dit overleg is toegespitst op de Zoetermeerse situatie. De afgesproken Zoetermeerse regeling geldt tot medio 2016. Te zijner tijd zal worden bekeken of de regeling op basis van de eerste ervaringen aanpassing behoeft.

Het landelijke reformatorische samenwerkingsverband, waaraan de Koningin Wilhelminaschool (die valt onder het bevoegd gezag van UNICOZ) deelneemt, is ook verplicht OOGO met de gemeente Zoetermeer te voeren. Gezamenlijk zijn daaromtrent met de gemeente afspraken gemaakt.

Centraal staat daarbij, dat in situaties, waarbij leerlingen van de Koningin Wilhelminaschool gebruik gaan maken van ondersteuningsvoorzieningen binnen ons samenwerkingsverband, de werkwijze en afspraken zoals die binnen ons samenwerkingsverband gelden, uiteraard onverkort worden gerespecteerd..

Onderdelen, die specifieke aandacht krijgen binnen het OOGO-overleg zijn de volgende:

  1. Het leerlingenvervoer: het samenwerkingsverband streeft ernaar om alle Zoetermeerse leerlingen zo thuisnabij mogelijk passend onderwijs te bieden. Dat is niet altijd mogelijk, maar veelal wel. Aangenomen wordt, dat dit streefbeeld ertoe zal leiden, dat de gemeente gaandeweg minder middelen voor leerlingenvervoer hoeft uit te geven. De praktijk zal uitwijzen of dit daadwerkelijk kan worden gerealiseerd.Met de gemeente is afgesproken, dat over de invulling van (een deel van) de mogelijk vrijvallende middelen ten behoeve van de ondersteuning binnen het onderwijs kan worden gesproken.
  2. De relatie met de jeugdzorg: het samenwerkingsverband is – mede in Meerpuntverband – betrokken bij de gesprekken over de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeente. Het samenwerkingsverband maakt zich daarbij met name hard met betrekking tot drie aspecten:
    • Inpassing in c.q. aansluiting op Meerpunt en IHI.
    • Verkorting van procedures.
    • Garantie op snelle ondersteuning en zorg voor alle leerlingen.
  3. De leerplicht: binnen Meerpunt en IHI werkt het onderwijs samen met de afdeling leerplicht van de gemeente.
  4. De onderwijshuisvesting: de rol van het samenwerkingsverband met betrekking tot de onderwijshuisvesting beperkt zich tot advisering aan schoolbesturen en gemeente.Deze advisering is met name gericht op een goede spreiding van speciale voorzieningen over de stad en het creëren van goede mogelijkheden voor de uitvoering van de basisondersteuning op de scholen en speciale onderwijsondersteuningsarrangementen.